Inclusief onderwijs

Slechts twee Vlaamse mentaal gehandicapte kinderen gaan naar gewone school

(Artikel verschenen in De Morgen op 28 mei 2005, overgenomen met toelating van de uitgever)

Kim Herbots 28-05-2005

Haar ouders: 'Anderen moesten vaak overtuigd worden maar Marjolein paste zich altijd heel snel aan'

'Ze is niet raar, ze is gewoon Marjolein'

Als je naar klas 1B1 van de middenschool van het Koninklijk Atheneum in Leuven kijkt, zie je een gewone klas vol tieners. Als je heel goed oplet, merk je Marjolein op. Ze is dertien, heeft het syndroom van Down en is een van de twee Vlaamse leerlingen die via het project Inclusief onderwijs in een gewone secundaire school les volgt. Onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) bezocht de school van Marjolein.

'Ze werd geboren en ik zag het onmiddellijk", vertelt Hilde Van Asselbergh, de mama van Marjolein. "Mijn andere twee kinderen hadden hun oogjes dicht. Marjolein keek me direct met grote ogen aan. Je kon er niet naast kijken: ze had het syndroom van Down. De eerste week, voor we de resultaten hadden, twijfelden we soms nog. Lag ze te slapen dan dachten we wel eens: 'misschien is het toch niet zo', maar dan gingen die ogen open en wist je het weer."

"Het is gek maar ik was nog maar pas bevallen en ik vroeg me al af naar welke school we haar zouden moeten sturen", zegt Van Asselbergh. Omdat Marjolein in haar eerste twee levensjaren met een openhartoperatie en vele complicaties af te rekenen kreeg, begon ze haar schoolcarrière in het buitengewoon onderwijs. "Doordat Marjolein zoveel ziek geweest was, kon ze pas stappen op haar derde. We durfden haar niet naar een gewone school te sturen uit schrik dat ze onder de voet gelopen zou worden."

Maar Marjolein kwijnde weg. "Wij kregen te horen dat ze met sommige dingen niet wilde meedoen terwijl ze thuis net heel actief was. Onze conclusie was dat Marjolein te weinig uitgedaagd werd in haar school. Zij leert niet door zelf te experimenteren maar door imitatie, en doordat de andere kinderen in haar klasje allemaal op haar niveau zaten, kwam ze niet vooruit."

Dus trokken Marjoleins ouders naar het plaatselijke dorpsschooltje. Ze was er welkom en ze voelde zich er onmiddellijk prima. "Eigenlijk is Marjolein de makkelijkste factor in dit hele verhaal. Anderen moesten vaak overtuigd worden maar zij paste zich heel snel aan."

Niet alleen haar kennen en kunnen gingen er enorm op vooruit, ook sociaal voelde ze zich veel beter. "Als er daarvoor vriendjes van onze andere kinderen kwamen spelen, bekeken ze Marjolein maar vreemd. Eens ze bij hen op school zat niet meer. Toen was het gewoon 'ze is niet raar, ze is gewoon Marjolein van bij ons'."

Toch vindt Van Asselbergh niet dat inclusief onderwijs voor alle kinderen een oplossing is. "Voor onze dochter was het het beste maar ik kan mij voorstellen dat andere kinderen daar niet mee geholpen zijn. Wat ik wel merk, is dat Marjolein een veel groter sociaal netwerk heeft dan andere mentaal gehandicapte kinderen. Zij circuleren altijd binnen hetzelfde groepje terwijl Marjolein haar vrienden van school heeft, op ballet zit, naar de scouts gaat..."

Toen het eerste leerjaar in zicht kwam, kreeg de school watervrees. "We hebben ze echt moeten overtuigen", zegt Van Asselbergh. "Uiteindelijk hebben wij via het pwa-systeem een begeleider voor Marjolein in dienst genomen. Vanaf het tweede jaar kwam er dan het project inclusief onderwijs en kreeg ze vijf uur per week begeleiding. Niet genoeg natuurlijk, en het opdrijven van de begeleiding is dan ook onze vraag aan de minister, maar wij werken ook met studenten die de voortgezette opleiding buitengewoon onderwijs volgen."

Marjolein ging elk jaar mee over. "Dan zag je haar telkens stralen", lacht Van Asselbergh. "Zo trots was ze dan dat ze groot was." In het zesde leerjaar werd het even moeilijk. "Ik begon te twijfelen. Marjolein kreeg weer medische problemen en viel zelfs in slaap in de klas, maar de school was ondertussen zo gewonnen voor het idee dat ze me aanporden om haar ook in het secundair onderwijs naar een gewone school te laten gaan."

Dat is geen evidente stap: in heel Vlaanderen zijn er op dit moment amper twee mentaal gehandicapte kinderen die naar een gewone secundaire school gaan. "Ik heb contact gehad met een zestal scholen", zegt Van Asselbergh. "Allemaal hebben ze mijn vraag ernstig overwogen. Eentje heeft geweigerd. Ze vreesden dat ze de knowhow niet in huis hadden en betwijfelden het voordeel voor Marjolein. Bij vier andere hadden wij het gevoel dat niet het hele team er achterstond. Hier was dat wel zo." Van Asselbergh stelde een 'handleiding bij Marjolein' op. Soms zegt ze bijvoorbeeld 'wit' als ze 'zwart' bedoelt, articuleert ze niet heel duidelijk en bij het turnen zijn tuimelingen uit den boze omdat dat haar nek te erg belast.

Toetsen en taken maakt Marjolein gewoon mee. "Vaak krijgt ze dezelfde toets maar moet ze er iets anders mee doen. Zinnetjes overschrijven in plaats van vertalen naar het Frans bijvoorbeeld of sommen berekenen met een rekenmachine in plaats van uit het hoofd. Straks tijdens de examens krijgt ze proefwerken die opgesteld werden door haar begeleidster. Thuis oefenen we dat in."

"De eindtermen en dat diploma hebben we losgelaten maar per vak hebben de leerkrachten doelen opgesteld voor Marjolein. Dat is niet alleen cognitief: belangrijk was dat Marjolein bijvoorbeeld durfde een vraag te stellen als ze iets niet kon."

Marjolein volgt de B-stroom. Dat wil zeggen dat ze straks in het beroeps terechtkomt. "Hopelijk kan ze later iets zinvols op haar niveau doen", zegt Van Asselbergh. "Ze droomt ervan juf te worden. Waarom zou ze niet kunnen assisteren in een kleuterklas: drankjes uitdelen, verhaaltjes vertellen. Dat moet kunnen."

Met dank aan De Morgen en de auteur van dit artikel voor de toelating tot overname.

 

© 2003-2005, Xavier Van Dessel. - www.inclusiefonderwijs.be - Laatste bijwerking: 2/1/07