|
Uit "Het Laaste Nieuws", een artikel van Dimitri Antonissen,
overgenomen met toelating van de auteur.
Moeder van kind met Downsyndroom gaat halftijds
werken omdat overheid geen steun geeft
BRUGGE - Tane is zes en wil vanaf september naar het eerste studiejaar.
Alleen: Tane heeft het Downsyndroom. En als hij in het wijkschooltje
in Brugge wil blijven waar ook zijn broertje en zusje zitten, dan
heeft de juffrouw extra hulp nodig. «Maar daar maakt de overheid
geen geld voor vrij», zegt zijn papa Cedric Depuydt (34).
«In Vlaanderen zijn er maar 50 kinderen met een verstandelijke
handicap die binnen een gewone klas enkele uren ondersteuning kunnen
krijgen. En ons zoontje is nummer 51 op die lijst.»
Het gezin doet het dan maar zélf. Mama Sofie (31) gaat halftijds
werken om haar zoon de extra steun te geven die
hij nodig heeft. «Financieel doet dat pijn. Maar we willen
onze kinderen het beste geven. Waarom zou dat voor
Tane anders moeten zijn?»
Tane is trots dat hij naar de échte school mag. Maar zijn
papa wéét welke vragen de mensen zich stellen. «Waarom
we hem niet naar het buitengewoon onderwijs sturen? En of we zijn
handicap niet aanvaarden? Dat laatste doen we uiteraard wél.
Ik weet dat hij nooit hetzelfde zal kunnen als andere kinderen.
Maar ik hoop dat hij later met enkele
vrienden zelfstandig kan samenwonen. Dat hij zijn eigen potje kan
koken. En dat hij alles leert wat binnen zijn mogelijkheden ligt.
Als dat niet lukt, dan is het zo. Maar ik wil daar niet op voorhand
van uitgaan. Bovendien heeft hij ook al de kleuterklas doorlopen
in ons wijkschooltje. Hij heeft er zijn vriendjes, en zijn broer
en zus gaan er naar school. Dan wil toch élke ouder zijn
kind op die school houden, niet?»
Maar eenvoudig is dat niet. Als Tane naar de gewone school gaat,
heeft hij minstens enkele uren per week extra begeleiding nodig.
En die is er niét.
NUMMER 51
«Minister Vandenbroucke heeft maar middelen vrijgemaakt
om 50 kinderen met een verstandelijke handicap 5,5 uur ondersteuning
te geven. Die is nodig om de oefeningen die de andere kinderen krijgen,
aan te passen aan hun niveau. We hebben voor Tane in december een
aanvraag gedaan. Nu weten we dat hij nummer 51 is op de lijst. Er
zit voor
ons niets anders op dan de begeleiding zelf te doen. Mijn vrouw
moet daarom halftijds gaan werken. Da’s een half loon dat
wegvalt. Tuurlijk is dat financieel hard.»
Vooral omdat het niet het enige is dat het gezin zélf moet
betalen. Als hun zoon in het buitengewoon onderwijs school loopt,
krijgt hij daar logopedie om hem te helpen leren praten. Nu moeten
ze dat zelf betalen. «Een factuur van zo’n 100 euro
per maand», zegt Cedric Depuydt.
«Het wordt enkel terugbetaald als het IQ van een kind een
bepaald niveau haalt. En Tane zit daaronder. Het is, net zoals met
die begeleiding voor maar 50 kinderen, zo’n cijfer waar we
het nut niet van begrijpen.»
De ouders van Tane begrijpen de beslissing om hun zoon geen extra
steun te gunnen niet, omdat ze er ook van overtuigd zijn dat het
de overheid geld zou bespàren. «Als hij nu de kansen
krijgt om veel te leren, is de kans groter dat hij als volwassene
op eigen benen kan staan. Dat kost de overheid veel minder centen.
Alleen kijken ministers zo ver niet vooruit. Die denken maar in
termijnen van vier jaar.»
DWAZE REGEL
Op het kabinet van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke
(SP.A) wordt bevestigd dat slechts 50 kinderen met een verstandelijke
handicap recht hebben op financiële steun. «Ik begrijp
dat dit een dwaze regel lijkt», zegt woordvoerder Bob Van
de Voorde. «Zeker omdat er maar negen kinderen op de wachtlijst
staan. Budgettair zou het niet zwaar wegen om die óók
extra begeleiding te geven. Maar voorlopig zijn er enkel financiële
middelen vrijgemaakt voor die 50. De minister is momenteel op vakantie,
dus kan ik niet inschatten of hij dat budget binnenkort wil uitbreiden.»
(DA)
|