| Symposium roept op tot 'waterdicht'
inclusiebeleid
Als inclusief onderwijs een volwaardige optie wil zijn voor kinderen
met speciale noden, moet het een recht worden en moet er een structurele
ondersteuning komen. Dat bleek gisteren op het symposium 'Ruimte voor
Inclusief Onderwijs', dat georganiseerd werd door de Vlaamse minister
van Welzijn, Adelheid Byttebier,(Agalev), en het Vlaams Fonds voor de
Sociale Integratie van Personen met een Handicap.
'Inclusief onderwijs... de praktijk is er. Nu nog een waterdicht beleid',
staat er te lezen op de website van de vereniging Gelijke Rechten voor
Iedere Persoon met een Handicap (Grip). Grip draaide deze week nog rondjes
rond het kabinet-Vanderpoorten voor meer ondersteuning binnen het gewoon
onderwijs voor leerlingen met een beperking. Op dit moment zijn er een
paar honderd kinderen in inclusieprojecten betrokken.
Op het symposium gisteren bleek dat er inderdaad nog heel wat overheidswerk
aan de winkel is vooraleer het inclusief onderwijs als een volwaardige
optie kan worden beschouwd. Geert Van Hove, onderzoeker aan de vakgroep
Orthopedagogiek van de Universiteit Gent, wees op een aantal belangrijke
hindernissen. In de eerste plaats is de ondersteuning van kinderen met
speciale noden in het gewone onderwijs niet structureel geregeld. 'Als
ouders beslissen hun kind niet naar het buitengewoon onderwijs te sturen
maar te laten schoollopen met kinderen in de buurt, valt een volledig
arsenaal aan middelen weg. Het gevolg is dat de ouders verplicht worden
zelf een ondersteuningsnetwerk rond hun kind op te bouwen en daar vaak
veel geld in investeren', zei Van Hove.
Draagkracht
Een ander probleem is het feit dat inclusief onderwijs nog altijd geen
recht is. 'Sommige ouders worden verplicht bij tien scholen aan te kloppen
vooraleer hun kind wordt toegelaten. Dat zoiets nog altijd mogelijk is,
heeft te maken met het gegeven dat leerlingen kunnen geweigerd worden
op het moment dat de noden van het kind de draagkracht van de school gaan
overschrijden.'
Typologie
Als we inclusief onderwijs willen realiseren, moeten we ook af van de
onderwijstypologie die wordt gebruikt voor kinderen met speciale noden,
stelde Van Hove. Die typologieën gaan uit van wat kinderen niet kunnen
en deelt hen op in aparte groepen. Inclusief onderwijs moet zich richten
op wat kinderen wel kunnen en moet kinderen ondersteunen bij het participeren.
Ten slotte wijst hij nog op de noodzaak van toegankelijke scholen. 'Het
bouwen en verbouwen van scholen wordt dus het best maar toegestaan als
architecten kunnen bewijzen dat de participatie van kinderen met speciale
noden in de door hen ontworpen omgeving gegarandeerd is.'
In haar toespraak meldde minister Vanderpoorten dat er in november vier
discussiegroepen zijn gestart om de implementatie van het inclusief onderwijs
te verkennen. Het werk moet uitmonden in een dossier voor de volgende
minister van Onderwijs.
Ilse de Vooght
© 2004 Uitgeversbedrijf Tijd NV
(overgenomen uit Kleurrijk Vlaanderen) |