Stand van zaken
Op dit moment (April 2007) heeft de Vlaamse regering de conceptnota
van minister Vandenbroucke goedgekeurd. Een conceptnota is nog geen
decreet. Het decretale werk zou in 2007 en 2008 gebeuren, zodat
het leerzorgkader op 1/9/2009 van start kan gaan. Zie ook "Toekomst".
Hieronder proberen we een beeld te geven van de huidige situatie
van de voorstellen die rond leerzorg op tafel liggen. Let op: het
betreft hier voorstellen, we kunnen dus zeker niet spreken over
regelgeving, beslissingen of vaststaande regels.
Huidige visie
Typologie - clusters
De typologie in 8 types wordt verlaten. ze wordt vervangen door
4 clusters. Een cluster groepeert een aantal problemen of beperkingen
die een zeker verband hebben of kunnen hebben met elkaar.
De 4 clusters zijn:
Cluster 1: Geen stoornissen
Hierin zitten de meeste leerlingen. Ze hebben geen specifieke vorm
van probleem. Als ze extra noden hebben, komt dit vooral uit de
omgeving (bv. een echtscheiding). Ook leerlingen met hoogbegaafdheid
kunnen, als de hoogbegaafdheid problemen veroorzaakt, extra zorg
krijgen binnen deze cluster.
Cluster 2: Leerstoornissen
We vinden hier leerlingen met in min of meerdere mate een vastgestelde
leerstoornis zoals dislexie, discalculie, NLD, dispraxie enz. Ook
leerlingen met een lichte mentale beperking situeren zich in deze
groep. Naar types toe kan men de type 1 en 8 in deze cluster situeren.
Cluster 3: Functiebeperkingen
Hier vinden we leerlingen met een motorisch, visueel, auditief
of mentaal probleem terug. Ook de kinderen met een meervoudige handicap
zullen in deze cluster thuishoren. We herkennen dus de types 4,
6, 7 en 2.
Cluster 4: Beperking in de sociale interactie
De groei van de groep leerlingen met een diagnose ASS (Autisme
Spectrum stoornis) en ADHD of ADD (Attention Deficit and Hyperactivity
Disorder) leidt tot het bestaan van deze 4de, specifieke cluster,
waar ook de leerlingen met een type 3 oriëntiering een plaats
vinden.
Leerzorgniveaus
De nieuwe structuur onderscheidt ook 4 niveaus van leerzorg. Dit
geeft gradaties aan waarin specifieke zorg nodig is. Het spreekt
voor zich dat hiertegenover ook middelen staan, alsook toegang tot
specifieke instellingen.
Leerzorgniveau 1
Op dit leerzorgniveau krijgen de leerlingen de basiszorg van de
school. Ze volgen het gewone curriculum, en er kan gedifferentiëerd
gewerkt worden. Waar nodig kan ook gecompenseerd worden. Een voorbeeld
van compensatie is dat leerlingen met een bepaalde leerstoornis
meer tijd krijgen dan anderen.
Klik hier voor meer details
Leerzorgniveau 2
Op dit niveau kan gedispenseerd worden. Dat betekent dat de leerling
een bepaald lesdomein kan laten vallen, met instemming van de klassenraad,
als de betrokken materie voor deze leerling onoverkomelijke problemen
stelt door zijn stoornis, probleem of beperking. Belangrijk hierbij
is de transparantie: ook medeleerlingen moeten weten welke maatregelen
genomen werden voor welke leerling.
Deze leerlingen krijgen toch de gangbare certificering (diploma,
getuigschrift).
Klik hier voor meer details
Leerzorgniveau 3
Bij deze leerlingen worden de problemen dermate uitgesproken, dat
het gewone curriculum, zelfs met dispensatie, niet realistisch is.
Daarom wordt voor deze leerlingen een individueel curriculum uitgewerkt
in een individueel handelingsplan. Dit plan geeft aan hoe, en naar
welke doelen met dit kind gewerkt zal worden. In principe zal voor
deze leerlingen geen gangbare certificering van toepassing zijn.
Ze krijgen wel alternatieve certificering in functie van de behaalde
competenties.
Klik hier voor meer details
Leerzorgniveau 4
Op dit niveau is de complexiteit van de problemen bij de leerling
dermate groot dat een bredere aanpak nodig is. Vaak komen ook andere
domeinen dan onderwijs aan bod, zoals welzijn of medische problemen.
Principieel wordt op vergelijkbare manier gewerkt als op leerzorgniveau
3, maar de nood aan ondersteuning is groter en meer divers van aard.
Klik hier voor meer details
Leerzorgniveau 5
Dit is niet langer een gradatie in de zorgnood, maar groepeert
ht partieel onderwijs, specifiek in medische context (ziekenhuisonderwijs,
zeepreventorium).
Klik hier voor meer details
De matrix
Door de clusters te combineren met de leerzorgniveaus krijgt men
de matrix.
De inschaling
De inschaling, zowel naar cluster als naar leerzorgniveau, gebeurt
door het CLB, in overleg met de ouders en de betrokken school. Dit
is vergelijkbaar met de huidige rol die het CLB speelt bij het attesteren
van een bepaald type.
De schoolkeuze
Op leerzorgniveau 1 en 2 gaat de leerling naar een gewone school.
De school kan geen een mogelijk probleem van het kind niet inroepen
om een leerling niet in te schrijven. (Er blijven natuurlijk wel
leeftijdsvoorwaarden, en een leerling die als sanctie van de school
gestuurd is, kan ook niet zo maar weer ingeschreven worden).
Op leerzorgniveau 3 kunnen de ouders en de leerling steeds kiezen
voor een aparte setting in het buitengewoon onderwijs. Een gewone
school kan echter ook steeds deze leerlingen opnemen. Afhankelijk
van de cluster en het type probleem, zal vanaf een bepaalde datum
(tussen 2009 en 2016), deze inschrijving in een gewone school een
recht worden: Vanaf dat moment kan een kind ook in een gewone school
terecht. Enkel objectieve concentratiecriteria (hoeveel leerlingen
met zon' probleem zijn er al in die school?) kunnen nog ingeroepen
worden.
Op leerzorgniveau 4 gaan de leerlingen principieel naar het buitengewoon
onderwijs. Als een gewone school bereid gevonden wordt om deze leerlingen
op te nemen, dan zal dat steeds mogelijk blijven.
Leerzorgniveau 5 is specifiek voor bepaalde medische instellingen,
zoals het zeepreventorium in Den Haan of de scholen verbonden aan
de universitaire ziekenhuizen.
|