Inclusief onderwijs
Leerzorg

Leerzorgniveaus
Clusters
 
V
1
2
3
4

Leerzorgniveau III

Deze leerlingen hebben een leerzorg die een dermate impact heeft op de leerling dat het vooropstellen van de gewone eindtermen reeds niet realistisch is. Daarom wordt bij deze leerlingen vooral op individuele basis een aantal beslissingen genomen.

Diagnose en inschaling door CLB

Net als bij leerzorgniveau II wordt de inschaling van deze leerlingen gedaan door het CLB. Belangrijk hierbij is dat, in tegenstelling tot wat vandaag vaak gangbaar is, de rol van het CLB rond diagnostiek niet ophoudt bij het benoemen van het probleem, maar men moet handelingsgericht werken: het CLB zal dus moeten aangeven aan de school op welke manier er met dit kind gewerkt moet worden.

Handelingsplanning

De basis voor deze leerlingen is de handelingsplanning. Ongeacht de school waar het kind naar toe gaat, zal het team rond het kind een handelingsplan opstellen. Hierin worden de doelstellingen vooropgesteld die op korte en middenlange termijn gekozen worden. Hierbij kan men zich natuurlijk baseren op de eindtermen maar men houdt rekening met de mogelijkheden van het kind. Op geregelde tijdstippen worden de vorderingen van het kind besproken, en wordt het handelingsplan bijgesteld. Voor leerzorgniveau I en II bestaat dit handelingsplan niet, omdat deze leerlingen steeds de eindtermen als doelstelling hebben.

Clusters

De leerlingen uit Cluster 1 komen niet in aanmerking voor dit leerzorgniveau. Enkel leerlingen uit clusters 2, 3 en 4 kunnen op dit leerzorgniveau worden ingeschaald.

Gewone school of buitengewoon onderwijs

Principieel hebben de ouders voor deze leerlingen de vrije keuze of hun kind in het gewoon onderwijs dan wel in het buitengewoon onderwijs wordt ingeschreven. In het huidige voorstel wordt deze keuzevrijheid echter slechts geleidelijk ingevoerd tussen 2009 en 2014-2016.

Middelen

De middelen voor deze leerlingen zijn individu gebonden middelen. Ze gaan naar de school die de leerling inschrijft, maar worden gebruikt voor de betrokken leerling. Belangrijk hierbij is dat de middelen onafhankelijk zijn van de school: een leerling brengt evenveel middelen mee naar het gewoon onderwijs als deze leerling in het buitengewoon onderwijs zou genereren.

Ondersteuning

Op dit leerzorgniveau zal de ondersteuning vanzelfsprekend vooral komen vanuit het buitengewoon onderwijs. Ofwel is het kind ingeschreven in het buitengewoon onderwijs, ofwel gaat het kind naar een gewone school, maar zal door die gewone school een beroep gedaan worden op de expertise van het buitengewoon onderwijs, zoals nu gebeurt met GON en ION.

© 2003-2005, Xavier Van Dessel. - www.inclusiefonderwijs.be - Laatste bijwerking: 11/4/07