Geschiedenis
Het leerzorgkader dat nu voorligt, is slechts een stap in een lange
evolutie van het onderwijslandschap voor leerlingen met specifieke
leerbehoeften. Op deze pagina proberen we deze evolutie te schetsen.
Het buitengewoon onderwijs
In de periode 1970-1980 onstaat het buitengewoon onderwijs. Voor
leerlingen die aan bepaalde criteria beantwoorden, wordt toegang
gegeven tot speciale scholen. Oorspronkelijk sprak men van bijzonder
onderwijs, maar tegenwoordig wordt enkel de term buitengewoon onderwijs
gebruikt.
Dit buitengewoon onderwijs is opgedeeld in 8 types. In de lagere
school bestaan alle types, op het niveau van kleuteronderwijs ontbreekt
type 1 en type 8. In het secundair ontbreekt type 8.
De doorverwijzing gebeurt normaliter op basis van een beslissing
van het PMS (nu het CLB). Die instantie kent attest toe voor een
type toe aan een kind met een specifieke nood. Hiermee kan het kind
ingeschreven worden in een school buitengewoon onderwijs van dat
betrokken type.
De toegang tot het buitengewoon onderwijs is steeds een recht,
nooit een plicht. Al spreekt het natuurlijk voor zich dat een gewone
school, op basis van een attest, vaak probeert de leerling niet
in te schrijven met het advies om naar het buitengewoon onderwijs
te gaan.
Het geïntegreerd onderwijs
Begin jaren '80 ontstaat dan het GON, afkorting voor Geïntegreerd
ONderwijs. Via dit systeem kunnen leerlingen met een attest van
het PMS/CLB in het gewoon onderwijs hulp te krijgen vanuit het buitengewoon
onderwijs. In de beginjaren van het GON gaat het over enkele honderden
leerlingen, vooral met motorische, visuele of auditieve problemen.
Het aantal GON-leerlingen groeit gestaag, wat duidt op een grote
vraag vanuit de gebruiker naar een betere integratie tussen gewoon
en buitengewoon onderwijs: De expertise van het buitengewoon onderwijs
wordt gewaardeerd, maar de school in de buurt verkiest de voorkeur
boven een 'afgezonderde' school op vele kilometers van de woonomgeving.
Ook de types waarvoor GON mogelijk is, worden geleidelijk uitgebreid.
Het ION project
Eind jaren '90 wordt dan het ION project opgestart. Een klein aantal
leerlingen met een matige mentale handicap (type 2) komen in aanmerking
voor ondersteuning in het gewoon onderwijs.
In de volgende jaren wordt deze groep groter, tot minister Vanderpoorten
op 12 december 2003 het aantal vastlegt op 50 leerlingen.
Gelijke OnderwijsKansen
Parallel met het ION project werkt minister Vanderpoorten aan gelijke
onderwijskansen. Ze wil daarmee voor een deel de willekeur van schooldirecties
bij het al dan niet inschrijven van leerlingen aan banden leggen:
Een leerling heeft principieel recht om ingeschreven te worden in
de school van zijn keuze. Verschillende groepen leerlingen worden
hierbij geviseerd.
Zo komt de minister tot het GOK-decreet, waarbij vooral leerlingen
uit een kansarme milieu of leerlingen van allochtone afkomst beschermd
worden (GOK-leerlingen). daartegenover staan meer middelen voor
de school, namelijk GOK-uren en zorguren. GOK-uren worden toegekend
aan scholen die een bepaald aantal GOK-leerlingen in hun populatie
hebben. Zorguren moeten een school in staat stellen beter in te
speken op zorgnoden op school, zoals begeleiden van zwakkere leerlingen.
Maatwerk in samenspraak
Na het GOK-II decreet werkte de minister aan een andere doelgroep
die beschermd moest worden, nl. de leerlingen met specifiek noden
of een handicap. Als basis voor deze doelgroep werkte de minister
"Maatwerk in samenspraak" uit. Hierin werd een evolutie
voorgesteld voor de samenwerking tussen gewoon en buitengewoon onderwijs.
Het onderwijslandschap en belangenverenigingen gingen hierover in
discussie.
Op 16 januari 2004 vond dan het symposium inclusief onderwijs plaats.
Hierbij werden voorstellen
voor het beleid geformuleerd.
Maar in juni 2004 was het na de verkiezingen duidelijk dat minister
Vanderpoorten niet langer op post zou blijven, en dus bleef "Maatwerk
in samenspraak" een maat voor niets.
Leerzorg
Onder de benaming "Leerzorg" wil minister Vandenbroucke
zelf een hervorming van de structuur van het buitengewoon onderwijs
inzetten. Dat deze evolutie fundamenteel is, mag blijken uit het
verlaten van de typologie. Dat ze echter de scholen spaart, blijkt
uit de grote rol die het buitengewoon onderwijs in dit nieuwe voorstel
krijgt. Na een discussienota in december 2005 volgde een voorstel
van conceptnota in november 2006. Op 30 maart 2007 keurde de vlaamse
regering de conceptnota leerzorg goed.
De bedoeling is dat deze hervorming in werking treedt in september
2009.
|