Geschiedenis van het ION-project
Sinds een dertigtal jaar kunnen kinderen met een handicap terecht in
het buitengewoon onderwijs. Dit is opgedeeld in 8 types, in functie van
het probleem, de handicap van het kind (overzicht
van de types).
Het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs heeft een hele vlucht
genomen. Dit betekent dat de kost voor het buitengewoon onderwijs tevens
sterk gestegen is. De beleidsmakers zagen dit met lede ogen aan. Men stelde
vast dat meer en meer scholen de weg vonden naar de doorverwijzing om
zwakkere leerlingen via het buitengewoon onderwijs vooruit te helpen,
zelfs al zouden deze gewone scholen het mits enige inspanning zelf hebben
kunnen oplossen. Er moest dus aan de basis iets veranderen zodat scholen
beter gewapend zijn om 'probleemkinderen' op te vangen in plaats van ze
door te sturen. De oplossing lag voor de hand: het buitengewoon onderwijs
moet het gewone onderwijs te hulp komen.
GON (Geïntegreerd onderwijs)
is daar een voorbeeld van. Het bestaat nu 25 jaar. Dit is slechts 1 vorm
van samenwerking. En deze is dan nog beperkt tot bepaalde types en maximaal
voor een beperkt aantal jaar.
Maar er moest meer komen. Om te bewijzen op het veld dat actieve samenwerking
echt kan lukken werd het ION-project opgezet. Men koos bewust voor de
"moeilijkste" doelgroep: de kinderen met een mentale achterstand
en dan wel de matig tot zware (type 2). Met een kleine groep kinderen
(een vijftal) werd een vijftal jaar geleden gestart. Leerkrachten uit
het buitengewoon onderwijs werden ingeschakeld in de gewone school om
de leerkracht te ondersteunen bij het inclusief onderwijs voor deze kinderen.
Stelselmatig werd dit leerlingenaantal uitgebreid. Sinds 12 december
2003 werd dit project door een besluit van de Vlaamse regering vastgelegd
en is dus het experimentele stadium ontgroeid.
In het schooljaar 2004-2005 zijn er 50 projecten beschikbaar en die zijn
allen ingevuld.
Terug
|