Inclusief onderwijs

Hoe werkt een ION-project?

De klasleerkracht wordt gedurende een aantal uur ondersteund door de ION-leerkracht (de leerkracht die vanuit het buitengewoon onderwijs komt). Deze kan haar kennis en ervaring met type-2 kinderen gebruiken om de klasleerkracht bij te staan in de aanpak van het kind, de integratie, de problemen die ze opduiken enz. In de praktijk gebeurt dit vaak door actief met het kind bezig te zijn in de klas. Slechts uitzonderlijk zal een ION-leerkracht met de leerling uit de klas gaan (inclusie in het klasgebeuren is cruciaal).

De klasleerkracht probeert maximaal de leerling bij het klasgebeuren te betrekken. Het is dan ook belangrijk dat de klasleerkracht een beeld heeft van wat het kind kan en niet kan. Bij het maken van oefeningen is differentiatie iets eenvoudiger, omdat voor de inclusieleerling naar andere oefeningen gezocht kan worden (minder oefeningen, materiaal van vorige jaren, gebruik van hulpmiddelen toelaten enz). Ook hier speelt de ION-leerkracht een belangrijke rol, omdat ze materiaal kan aanbrengen op het niveau van de inclusieleerling.

In een goed draaiend project gebeurt het ook dat de ION-leerkracht zich met de klas bezighoudt, terwijl de klasleerkracht zich op de zwakkere leerlingen en de inclusieleerling richt. Dit is verrijkend voor de klasleerkracht (krijgt een beter beeld van de inclusieleerling) maar ook vaak voor de klas zelf, omdat zo een associatie vermeden wordt tussen de ION-leerkracht en 'dom zijn' of 'niet kunnen volgen'.

Bijna alle inclusieprojecten maken ook gebruik van vrijwilligers, VOBO-stagiairs en paramedici (logopedisten, kinesitherapeuten), othopedagogen enz.

Op regelmatige basis komen de verschillende betrokkenen bij elkaar voor een teamvergadering.

Terug

© 2003-2005, Xavier Van Dessel. - www.inclusiefonderwijs.be - Laatste bijwerking: 2/1/07