Hoe werkt een ION-project?
De klasleerkracht wordt gedurende een aantal uur ondersteund door de
ION-leerkracht (de leerkracht die vanuit het buitengewoon onderwijs komt).
Deze kan haar kennis en ervaring met type-2 kinderen gebruiken om de klasleerkracht
bij te staan in de aanpak van het kind, de integratie, de problemen die
ze opduiken enz. In de praktijk gebeurt dit vaak door actief met het kind
bezig te zijn in de klas. Slechts uitzonderlijk zal een ION-leerkracht
met de leerling uit de klas gaan (inclusie in het klasgebeuren is cruciaal).
De klasleerkracht probeert maximaal de leerling bij het klasgebeuren
te betrekken. Het is dan ook belangrijk dat de klasleerkracht een beeld
heeft van wat het kind kan en niet kan. Bij het maken van oefeningen is
differentiatie iets eenvoudiger, omdat voor de inclusieleerling naar andere
oefeningen gezocht kan worden (minder oefeningen, materiaal van vorige
jaren, gebruik van hulpmiddelen toelaten enz). Ook hier speelt de ION-leerkracht
een belangrijke rol, omdat ze materiaal kan aanbrengen op het niveau van
de inclusieleerling.
In een goed draaiend project gebeurt het ook dat de ION-leerkracht zich
met de klas bezighoudt, terwijl de klasleerkracht zich op de zwakkere
leerlingen en de inclusieleerling richt. Dit is verrijkend voor de klasleerkracht
(krijgt een beter beeld van de inclusieleerling) maar ook vaak voor de
klas zelf, omdat zo een associatie vermeden wordt tussen de ION-leerkracht
en 'dom zijn' of 'niet kunnen volgen'.
Bijna alle inclusieprojecten maken ook gebruik van vrijwilligers, VOBO-stagiairs
en paramedici (logopedisten, kinesitherapeuten), othopedagogen enz.
Op regelmatige basis komen de verschillende betrokkenen bij elkaar voor
een teamvergadering.
Terug
|