Minister Vandenbroucke over GON
In het antwoord op een parlementaire vraag aangaande GON stelt
de minister onder andere het volgende:
"U vroeg naar mijn visie over de plaats van het GON in de
ontwikkeling naar een meer inclusieve aanpak. Ikzelf zou het ook
op deze manier willen stellen. Inclusief onderwijs is een ideaal
en het GON is een instrument dat we daarvoor moeten inzetten, en
ik meen zelfs dat het een van de voornaamste hefbomen is voor inclusie.
Door het GON krijgen enerzijds steeds meer leerlingen met een handicap
de kans om gewoon onderwijs te volgen en anderzijds, en dit is nog
veel belangrijker, leren steeds meer scholen omgaan met leerlingen
met specifieke onderwijsnoden.
GON-ondersteuning kan gericht zijn op de leerling, bijvoorbeeld
apart de les Frans volgen, zo is het 25 jaar geleden allemaal begonnen,
maar kan ook gericht zijn op het verhogen van de handelingsbekwaamheid
van het personeel in de school voor gewoon onderwijs. In zekere
mate kan er ook gewerkt worden met de ouders.
De laatste jaren zien we steeds meer, maar nog veel te weinig,
een verschuiving van leerlinggerichte ondersteuning naar teamgerichte
ondersteuning en zien we een stijgende aandacht voor de ouders en
hun rol. Naarmate de scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs
samen meer kiezen voor ondersteuning die systeemversterkend is,
wordt het GON meer en meer inclusiebevorderend.
Ik wil in deze nog een ander belangrijk element naar voren brengen.
De keuze voor GON of begeleiding vanuit het buitengewoon onderwijs
in enige andere vorm, is een positieve keuze voor 'ondersteuning
van scholen door scholen', een positieve keuze voor ondersteuning
binnen het onderwijs dus. In mijn ogen is dit principieel zeer belangrijk
bekeken vanuit de rol van onderwijs in het scheppen van gelijkheid
van kansen tussen alle kinderen en leerlingen en de eigen verantwoordelijkheid
van het onderwijs. Dit lijkt me de goede aanpak. "
U kan het volledige antwoord hier
lezen.
|