Een duidelijke beleidsoptie
Het onderwijsbeleid stelt voorop en maakt duidelijk dat inclusie
de eerste optie is voor alle leerlingen. Daardoor wordt het - voor
het geheel van het onderwijs en voor iedere school in het bijzonder
- een fundamentele opdracht om voor elke leerling een passend kader
en aanbod te realiseren voor een optimale persoonlijke en sociale
ontwikkeling.
De wijze waarop en de mate waarin scholen aan deze fundamentele
opdracht vorm geven, dient integraal deel uit te maken van de generieke
kwaliteitsbewaking en -controle van het onderwijs en moet dus opgenomen
worden in het instrumentarium dat daartoe wordt gehanteerd. Indien
een school van oordeel is dat ze deze taak niet (of niet meer) kan
opnemen voor een bepaalde leerling, dient ze dit duidelijk te verantwoorden.
In dit kader moet gewaakt worden over een correcte interpretatie
en hantering van eindtermen en ontwikkelingsdoelen op het niveau
van de individuele leerling. Met name geldt dat voor de beoordeling
van onderwijseffecten wordt uitgegaan van een gedifferentieerde
output controle. Deze output controle zal zich toespitsen op het
in kaart brengen van de gerealiseerde voortgang van een kind, niet
ten opzichte van een algemene norm, maar ten opzichte van de eigen
leer- en ontwikkelingslijn.
|