Basisprincipes en uitgangspunten
In dit memorandum vertrekken we vanuit de volgende basisprincipes:
Het streven naar inclusie betreft alle domeinen van het maatschappelijk
leven en beperkt zich dus niet tot onderwijs als maatschappelijk
domein. Onderwijs heeft op dit vlak evenwel een belangrijke voortrekkersrol
te vervullen: inclusief onderwijs kan de motor zijn voor het bewerkstelligen
van een meer inclusieve samenleving.
Elk kind heeft recht op kwaliteitsvol onderwijs, gericht op een
optimale persoonlijkheidsontwikkeling, en dit, ongeacht de eigen
mogelijkheden en beperkingen, de onderwijsstructuur, de onderwijsvorm
of het onderwijsniveau waarin het zich bevindt.
Inclusief onderwijs is een onderwijsvernieuwingsproces: het gaat
uit van een visie op maatschappij en onderwijs. Het is tevens een
continu proces - dat in bepaalde scholen al bezig is – waarbij
de focus gericht is op hoe1 het onderwijs moet aangepast worden
om tegemoet te komen aan de noden van ieder kind, en wat nodig is
om dit te bestendigen en verder te ontwikkelen. Hierbij is ook de
bijdrage vanuit welzijn van belang. Inclusief onderwijs is in die
zin een passend antwoord op de bewustwording van de toenemende diversiteit
in het onderwijs en een middel voor het realiseren van optimale
leer- en ontwikkelingskansen voor elke leerling.
Inclusief onderwijs betreft het recht op een gelijkwaardige keuze
voor een zinvol curriculum voor elk kind/jongere met specifieke
onderwijsbehoeften binnen de contouren van iedere school. Dit betekent
geenszins een stellingname tegen de keuze die andere ouders vanuit
hun verantwoordelijkheid willen maken voor buitengewoon onderwijs.
Het houdt evenmin een depreciatie in van het buitengewoon onderwijs
als onderwijsvorm.
De opportuniteit of wenselijkheid van inclusief onderwijs wordt
niet meer in vraag gesteld. De focus is gericht op de hefbomen en
hinderpalen bij de realisatie en implementatie van inclusief onderwijs,
en dit gekaderd in een ruimere visie op kwaliteitsvol onderwijs,
waarbij het welzijnsperspectief evenzeer aan bod komt. Het gaat
in essentie over “anders werken”, in zekere mate ook
over “meer middelen en mogelijkheden”.
|