Inclusief onderwijs

Reacties op de discussienota

Hieronder vindt u een overzicht van groeperingen of mensen die een reactie publiek gemaakt hebben rond de discussienota van de minister over leerlingen met specifieke behoeften (19 december 2005).

GRIP VZW

De vzw Grip (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap) heeft weinig vertrouwen in de sterke rol die aan de CLB's wordt toebedeeld. De inclusievereniging twijfelt eraan of de CLB de ervaring en expertise wel heeft om zo'n belangrijke rol op zich te nemen. Verder betreurt Grip dat de leerlingen die in het hoogste zorgniveau zitten, niet langer het recht zullen hebben om zich in het gewone onderwijs in te schrijven. Ze vindt dat het gewone onderwijs voor iedereen moet openstaan. [De Standaard, 20/12/2005]

VSKO

Het katholieke onderwijs valt eerder over de ,,alternatieve certificaten'' die de leerlingen van het buitengewoon onderwijs zullen ontvangen. ,,Tot nu toe kunnen die leerlingen hun certificaat laten gelijkschakelen met een gewoon diploma'', zegt Karel Casaer, de verantwoordelijke van de katholieke koepel VSKO. ,,Dat zou in het nieuwe voorstel niet langer kunnen.''
Casaer pleit ook voor meer verfijningen in het systeem. ,,In het voorstel van Vandenbroucke zitten bijvoorbeeld de slechtzienden en de gehoorgestoorden in hetzelfde cluster'', zegt hij. ,,Maar er zijn grote verschillen in aanpak tussen die twee types. Daarom kiezen wij eerder voor een omschrijving van de doelgroepen dan voor de clusters.'' [De Standaard, 20/12/2005]

OVSG

De koepel van stedelijk en gemeentelijk onderwijs (OVSG) hamert vooral op een goede vorming van de leraars om met beperkingen om te gaan. [De Standaard, 20/12/2005]

Ouders voor Inclusie

Hij is blij dat Vandenbroucke met een concreet plan komt, dat wel. Maar voor de rest ziet Patrick Vandelanotte van de vereniging voor Ouders voor Inclusie toch nog wel enkele problemen.
"We zijn bang dat er door het invoeren van die zorgniveaus een grens getrokken wordt aan de inclusie", aldus Vandelanotte. "Ik heb het dan natuurlijk over zorgniveau vier. Het is een vooroordeel dat kinderen met een heel erge handicap niet in aanmerking zouden kunnen komen voor inclusief onderwijs. Ook voor hen is het heel zinvol. De voorbeelden zijn er. Wij vrezen dat die kinderen afgesloten worden van het gewoon onderwijs als dit plan op deze manier uitgevoerd wordt." Het feit dat gewone scholen meer middelen krijgen, vindt Vandelanotte positief. "Maar zoals ik het begrepen heb, moeten de ouders en de gewone scholen voor expertise gaan aankloppen bij het buitengewone onderwijs en dat is een gemiste kans. Er zijn zo veel andere mogelijkheden. Men zou daar meer vrijheid in moeten laten." Ook de timing zint Vandelanotte niet. "Na dit schooljaar is het nog drie jaar wachten op de implementatie. Waarom moet dat zo lang duren? Er is al jaren onderzoek gebeurd op dit terrein. Volgens mij moet dit sneller kunnen." (KH) [De Morgen, 20/12/2005]

Gemeenschapsonderwijs

Het Gemeenschapsonderwijs kan zich vinden in de beleidslijnen van de discussienota. Ze stroken met de visie van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs omtrent het creëren van een onderwijscontinuüm voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften.
Het Gemeenschapsonderwijs vindt het essentieel dat deze vernieuwingen eerst op hun bruikbaarheid getest worden via proefprojecten. Op basis van deze ervaringen krijgt men een zicht op de implementatievoorwaarden die nodig zijn om meer inclusie succesvol in te voeren, zoals voldoende omkadering, ondersteuning, expertise en een realistisch tijdspad.
Professionalisering van de schoolteams is hierbij essentieel.
Een grondige vernieuwing als deze heeft ook maar kans op slagen als alle betrokkenen ruimte krijgen om zich na te scholen. [Persmededeling, 22/12/2005, link]

Franci Larondelle (ouder)

De meeste ouders en kinderen met specifieke behoeften hebben al een ervaring in het gewone onderwijs achter de rug. Maar het is pijnlijk om kindren al in het kleuteronderwijs te zien lijden aan depressies omdat zij niet mee kunnen. Je staat als ouder machteloos tegenover hetgeen je kind overkomt.
Heel wat van die bijzondere kinderen hebben andere gaven dan degene die gericht zijn op het behalen van eindtermen. Maar het gewone onderwijs is nog steeds gebaseerd op prestaties en percentages.
Ik vrees dat het bijzondere van het buitengewoon onderwijs niet te integreren valt met brede clusters en inclusief onderwijs. De bijzondere kinderen zullen zich immers vergelijken met de kinderen uit het gewone onderwijs, zullen een eilandje blijven binnen het gewone onderwijs. [De Standaard, 22/12/2005]

Reactie van de minister op deze ouder:

Mijn grote zorg is dat elk kind dat op een of andere manier speciale noden heeft, een gepast onderwijsaanbod krijgt. Voor sommigen zal dat aanbod in de gewone school aanwezig zijn, voor anderen in het buitengewoon onderwijs en voor nog anderen in beide onderwijsvormen. In onze voorstellen blijven beide vormen van onderwijs naast elkaar bestaan.
Als ouders en kind voor het gewoon onderwijs kiezen, dan vind ik dat we de gewone school dezelfde middelen moeten geven als een buitengewone school gekregen zou hebben.
Ik ben ervan overtuigd dat er over de nota nog veel gediscussieerd zal worden. Ik wil benadrukken dat wij openstaan voor commentaar, zeker voor die van ouders van 'bijzondere kinderen'. [De Standaard, 23/12/2005]

 

Andere reacties? Stuur me een mail of zet een berichtje op het forum.

 

© 2003-2005, Xavier Van Dessel. - Laatste bijwerking: 12/1/06
www.inclusiefonderwijs.be: de site rond inclusie in het onderwijs