Inclusief onderwijs

Conceptnota onderwijscontinuüm

Belangrijke opmerking: deze tekst is nu niet meer actueel, omdat de discussienota rond leerlingen met specifieke leerbehoeften is vrijgegeven. Klik hier voor de actuele versie.

 

Inleiding

Het kabinet van Minister Vandenbroucke werkt aan een conceptnota rond de toekomst van zorgkinderen in het onderwijs, meer bepaald rond de vraag hoe een onderwijscontinuüm kan gebouwd worden waar elk kind optimaal onderwijs kan genieten.

Deze conceptnota wordt verwacht na de herfstvakantie (november 2005). Op de studiedag rond 25 jaar GON heeft de minister echter al een paar punten die mogelijks in de conceptnota terechtkomen toegelicht.

Uitgangspunt

Het uitgangspunt is dat het onderwijs kansen moet kunnen bieden aan alle kinderen, ook voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Er wordt dus gezocht naar een manier waarop het onderwijsaanbod als geheel in staat is om deze kansen te bieden aan alle leerlingen.

Het antwoord ligt in een onderwijscontinuüm, een keten van mogelijkheden om leerlingen onderwijs op maat te bieden. Deze keten begint in het gewoon onderwijs, en overspant het hele gebied tot aan de specifieke setting voor sommige kinderen die we nu in het buitengewoon onderwijs vinden. Belangrijk hierbij is dat de verschillende schakels van de keten goed op elkaar afgestemd moeten zijn: vlotte samenwerking is een noodzaak.

Inclusief onderwijs?

De vraag stelt zich dan ook niet of het beleid kiest voor inclusie of voor het BuO. De beleidskeuze is EN inclusief onderwijs EN buitengewoon onderwijs. Inclusief onderwijs vormt een belangrijke schakel tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Ook is het belangrijk om de aanwezige competentie in de BuO-scholen niet verloren te laten gaan.

En het gewoon onderwijs?

Het GO heeft nu een stijgende complexiteit in de leerlingenpopulatie. Naast het BO is het GO inderdaad in staat om een heel aantal leerlingen met specifieke noden op te vangen, als daar de juiste ondersteuning bij voorzien wordt.

Verbeteringen

Waar zijn er verbeteringen gewenst? De minister ziet o.a. volgende punten:

  • Diagnostiek moet beter kunnen. O.a. elementen zoals 'leerbaarheid' komen niet voldoende aan bod.
  • De typologie is niet perfect, maar ze kan ook niet zo maar verdwijnen
  • De doorverwijzingen van de CLBs zijn niet eensluidend. O.a. zijn kansarmen oververtegenwoordigd evenals kinderen met een taalprobleem. Hierin overlapt deze problematiek met GOK & zorgbeleid.
  • Orientering kan ook beter. Mogelijks moeten soms individuele curricula kunnen uitgewerkt worden voor leerlingen met specifieke behoeften.

Draagkracht

Het gewoon onderwijs moet een kwalitatief aanbod hebben. Ook kinderen met specifieke noden hebben daarin hun plaats. Maar dit kan niet eindeloos: de draagkracht van een school is beperkt en dus zijn er grenzen aan inclusie. Er moet onderzocht worden hoe groot de draagkracht is van het geheel van het gewoon onderwijs, en of dat voldoende is voor de totale vraag aan inclusie. Onderzoek is hier nodig.

Typologie

Het lijkt zinvol om bepaalde types inhoudelijk samen te brengen in inhoudelijke clusters, zodat middelen efficienter aangewend kunnen worden, en dat er doelgerichter en functioneler kan gewerkt worden.

Daarnaast is het geweten dat bepaalde kinderen moeilijk of zelfs niet in de huidige typologie te vatten zijn. Zo weten we dat autisme, bij gebrek aan een eigen type, vaak via een attest type 7 doorverwezen wordt, terwijl dat type bedoeld was voor slechthorenden en doven.

Clusters

Ruw geschetst ziet de minister 4 clusters.

Cluster 1: Leerlingen met leerstoornissen en cognitieve achterstand

Hier wordt vooral de klemtoon gelegd op de vraag in hoeverre GOK & zorgbeleid in het GO voldoende steun biedt om deze kinderen op te vangen. Blijft natuurlijk de vraag wat er moet gebeuren als de draagkracht van de school niet volstaat.

Ook wil de minister hier scholen beter laten argumenteren waarom scholen leerlingen weigeren of laten overstappen naar een andere school (evt. BuO). Mogelijks komen er specifieke criteria.

Cluster 2: Leerlingen met functionele beperkingen

Het betreft hier leerlingen die functioneel in een bepaald domein of domeinen nooit zullen kunnen presteren als de anderen. In de klassieke typologie gaat het dan veelal over kinderen met een attest type 2 (mentale beperkingen), type 4 (motorische), type 6 (visuele) en type 7 (auditieve beperkingen).

Hier wordt voorgesteld om een meer specifieke inschatting te doen van de ondersteuningsnood van het kind, dmv. een behoeftebepaling. Dit gaat duidelijk verder dan de huidige types: niet elk kind met een bepaald attest heeft evenveel ondersteuningsnood.

Cluster 3: Zieke kinderen

Dit betreft vooral de kinderen met type 5 attest. Onderwijs in ziekenhuizen, onderwijs aan huis en dergelijke zijn hiervoor reeds uitgewerkt. Hiervoor werden ook reeds aanpassingen gedaan in de decreten, en deze zullen geëvalueerd worden.

Cluster 4: Psychische, gedrags- en communicatiestoornissen

Hier blijkt het nodig om de ondersteuning beter af te stemmen op de noden van het kind. Beter opleiding van het personeel kan een piste zijn. Er lopen momenteel ook projecten zoals het auti-project en het project van de VLOR en de Koning Boudewijnstichting voor de opvang van jongeren met ernstige gedragsproblemen in het BUSO. Uit deze projecten kunnen beleidsaanbevelingen komen. Ook kunnen proeftuinen meer duidelijkheid scheppen over de mogelijke alternatieven.

Timing

Rond eind oktober moet de conceptnota er zijn. Die wordt dan overlegd met tal van betrokken partijen, zoals de VLOR. Vanaf april 2006 worden dan keuzes gemaakt.

De volledige speech is na te lezen via deze link.

Met dank aan Stefaan van GRIP, en andere inclusiepsecialisten die aanvullingen en correcties gaven op deze tekst.

Het was wel even wachten, maar nu is de finale versie van de 'discussienota' eindelijk vrijgegeven. U kan de details hier bekijken.

Op het forum werd een topic geopend rond deze conceptnota. U kan er al uw opmerkingen kwijt over deze conceptnota:

>>naar het forum<<

 

© 2003-2005, Xavier Van Dessel. - www.inclusiefonderwijs.be - Laatste bijwerking: 2/1/07