De discussienota rond leerlingen met specifieke behoeften
Hier kan u de officiële versie van de discussienota (of conceptnota)
van minister Fr. Vandenbroucke vinden:
Zie ook de reacties op deze
discussienota.
Structuur
Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften worden niet langer
opgedeeld in 8 types, maar in 4 clusters, waar 4 mogelijke zorgniveaus
gegeven kunnen worden. De clustersindeling is een herwerking van
de typologie, de 4 zorgniveaus moeten een continuüm mogelijk
maken tussen gewoon onderwijs en het buitengewoon onderwijs, waarbij
gradaties in de ondersteuning mogelijk zijn.
Clusters
Cluster 1: geen leerbeperkingen
Cluster 2: leerbeperkingen (vergelijkbaar met de vroegere types
1 en 8)
Cluster 3: functiebeperkingen (veelal de vroegere types 2, 4, 6
en 7 en de meervoudig beperkte leerlingen in deze domeinen)
Cluster 4: leerlingen met beperkingen in de sociale interactie
(type 3, maar ook autismespectrumstoornissen, ADHD, ...)
Zorgniveaus
Zorgniveau 1: gewone eindtermen, zorgbeleid van de school en GOK
volstaan
Zorgniveau 2: gewone eindtermen, eventueel met faciliteiten/compensaties/dispensatie,
ondersteuning van het team vanuit CLB, BuO (vgl. met GON)
Zorgniveau 3: loslaten van eindtermen, specifieke ondersteuning
op maat van de leerling voor de leerkracht en de leerling vanuit
BuO of andere expertisecentra.
Zorgniveau 4: Blijvende nood aan paramedische en therapeutische
omkadering, samenwerking met Welzijn.
Keuzevrijheid
Voor zorgniveaus 1, 2 en 3 wil de overheid zich niet uitspreken
welke setting het best is voor het kind, het gewoon dan wel het
buitengewoon onderwijs. Zeker bij niveau 1 en 2 wordt aangedrongen
op een grotere integratie in het gewoon onderwijs. Bij niveau 3
moet een school rekening houden met de aangeboden specifieke ondersteuning
alvorens te kunnen doorverwijzen.
|