VVKBuO over inclusief onderwijs
In een artikel in Kerk & Leven (www.kerknet.be),
geeft Karel Casaer, secretaris-generaal van het Vlaams Verbond
van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) enige toelichting
op de evolutie van het buitengewoon onderwijs en hoe inclusief
onderwijs daar in past.
„We stelden vast dat we kinderen met een mentale
en/of fysieke handicap isoleren van de samenleving door
ze vanaf prille leeftijd in aparte scholen onder te brengen.
Van hun kant leren gezonde kinderen niet omgaan met wie
anders is.” Zo werkte het onderwijs zonder het te
beseffen aan een samenleving met twee snelheden. Mensen
zonder en mensen met een handicap leven ieder in hun eigen
wereld. Ze gaan niet meer vanzelfsprekend met elkaar om.
Integendeel, ze zijn vaak bang van de ontmoeting met elkaar.
Na een pilootproject stelt de secretaris-generaal vast dat
sommigen nu pleiten voor een meer fundamenteel herdenken van
de houding van het onderwijs ten aanzien van kinderen met
een hadicap:
Vandaag willen sommigen nog verder gaan. Zij pleiten
voor inclusief onderwijs. „Hierbij wordt de nadruk
gelegd op de gewone school als school voor álle kinderen”,
legt Karel Casaer uit. „Niet de kinderen moeten zich
aanpassen, maar de school moet zich zo opstellen dat eender
wie er terechtkan. Ook bijvoorbeeld een kind met het syndroom
van Down (mongolisme, ndr). Het is niet de bedoeling dat
zo’n kind de eindtermen haalt. Het volgt zijn eigen
traject in de gewone school. Verscheidenheid is dan niet
langer de uitzondering maar de norm.”
|
|
| Karel Casaer |
© Marc Renders |
Het spreekt voor zich dat deze visie meer eist van de onderwijsmensen.
Maar goed onderwijs is een recht, stelt hij vast. Zorgverbreding
is daarin een eerste stap.
Karel Casaer pleit voor het behouden van een het Buitengewoon Onderwijs.
Zowel omdat het voor sommige kinderen een betere oplossing is, maar
ook omdat het de ideale plaats is om aan leermethodieken te werken.
De keuze van de ouders blijft dan ook belangrijk: ze bepalen op
een vrijere manier hun keuze voor een school.
Als het gaat over de verschillende types en of ze al dan niet in
aanmerking komen voor inclusie, dan heeft deze onderwijsspecialist
het vooral over 2 categorieën waarvoor hij moeilijkheden ziet
bij een mogelijke inclusie:
„Ernstige emotionele of gedragsproblemen zijn dan moeilijker
te tolereren. Eén kind kan in zo’n situatie de hele
klas verlammen. In het geval van een complexe handicap (mentaal
én fysiek, of doof én blind) is dan weer zo veel
dure apparatuur en ondersteuning vereist, dat het eigenlijk niet
verantwoord is die te voorzien voor slechts één
leerling. Ook in dat geval kiezen de ouders best voor aangepast
onderwijs.”
En ook voor het secundair onderwijs ziet Karel Casaer mogelijkheden
voor inclusief onderwijs. Nauwere samenwerking, al dan niet binnen
scholengemeenschappen, tussen het BSO en BuSO liggen in die richting.
Daar wordt op dit moment werk van gemaakt. En hij besluit met deze
conclusie:
“Allerbelangrijkst is een
mentaliteitswijziging in scholen die nog steeds de nadruk heel
eenzijdig leggen bij het verwerven van kennis. Uitsluiting voorkomen
is het uitgangspunt van het inclusief denken.”
Lees hier het volledige artikel.
Met dank aan kerk & leven voor de toelating tot overname van
dit artikel.
|